Kijk papa, zonder gordel
Een frontale klap tegen komt 50 km/u overeen met een val van de derde verdieping. Klik je kinderen daarom altijd goed vast...
Elke maandagochtend worden we via de media geconfronteerd met de balans van de verkeersongevallen die tijdens het weekend werden opgetekend. Veelal gaat het om jonge bestuurders van 18 tot 24 jaar. Achter ieder ongeval gaat onmeetbaar menselijk leed schuil dat hele families treft.
In 2009 vielen in ons land niettemin 117 verkeersdoden onder auto-inzittenden tussen 18 en 24 jaar, ofwel meer dan 2 doden per week. Jonge auto-inzittenden, zowel bestuurders als passagiers, vertegenwoordigen daarmee 26,1% van het totale aantal volwassen autoinzittenden dat in 2009 omkwam, terwijl ze slechts 10,7% van de volwassen bevolking uitmaken. De leeftijdsgroep van 18 tot 24 jaar is dus duidelijk oververtegenwoordigd onder de dodelijke slachtoffers. Deze oververtegenwoordiging bestaat op elk moment van de week, maar is het sterkst in de weekendnachten.
Jongeren zijn oververtegenwoordigd in alle ongevallen
Kijken we naar de ongevalsbetrokkenheid van jonge autobestuurders (18-25 jaar) in vergelijking met hun aandeel in het verkeer, dan zien we eenzelfde fenomeen. Jonge autobestuurders maken 17% uit van alle autobestuurders tijdens weekendnachten, maar zijn betrokken in maar liefst 36% van alle ernstige ongevallen (met doden en/of zwaargewonden) in deze periode. Ook op andere momenten van de week zijn ze oververtegenwoordigd, vooral ’s nachts (17% van alle autobestuurders en 31% van alle ernstige ongevallen op weeknachten).
Een mannelijk probleem
Op weekendnachten maken mannen 85% uit van alle gedode of zwaargewonde autobestuurders tussen 18 en 24 jaar, op weeknachten loopt dat cijfer zelfs op tot 91%.
Aanrijdingen tegen een hindernis buiten de rijbaan
Nagenoeg de helft (49%) van alle aanrijdingen waarin jonge bestuurders op weekendnachten betrokken zijn, zijn botsingen met een obstakel buiten de weg.
Leeftijdsgebonden factoren
Het rijgedrag van jongeren is een uitvloeisel van het algemeen gedrag van jongeren dat wordt gekenmerkt door: onafhankelijkheidsdrang, noodzaak aan mobiliteit, het behoren tot de volwassenen wereld, overmoedigheid, risiconame en -beleving, prestatiedrang, het zich afzetten tegen; jongeren hebben de indruk dat ze onsterfelijk zijn: een ongeval is iets wat je overkomt en te wijten is aan externe factoren waaraan je niets kan doen.
Jongeren ondergaan sterk de invloed van hun onmiddellijke omgeving (vrienden), terwijl hun leefpatroon cultureel en maatschappelijk wordt bepaald door heersende opvattingen en trends (de auto is symbool van vrijheid en emotie).
Gebrek aan ervaring
Jongeren hebben hun rijbewijs pas op zak. Zij hebben nog onvoldoende automatismen in het verkeer en hun aandacht wordt teveel opgeslorpt door de (technische) voertuigbeheersing of door irrelevante verkeersomstandigheden.
Ervaring verkrijgt men slechts nadat men vele (duizenden) kilometers heeft afgelegd in alle omstandigheden. De vraag is hoe deze rijervaring met vallen en opstaan kan worden verworven zonder dat hieraan ernstige gevolgen zijn verbonden.
Rijden onder invloed van alcohol
Het probleem van rijden onder invloed van alcohol komt op elke leeftijd voor, maar jonge bestuurders zijn extra gevoelig voor de negatieve effecten van alcohol. In combinatie met weinig rijervaring en de verkeersomstandigheden, doen zelfs kleine hoeveelheden alcohol het ongevalsrisico stijgen.
Staat van het voertuig
Er bestaan weinig gegevens over de staat van het voertuig. Men veronderstelt dat 18 tot 24-jarigen eerder met een oudere, minder goed onderhouden auto rijden. Eén ding is zeker: jonge bestuurders met kleine, snelle wagens zullen eerder bij ongevallen betrokken raken dan anderen.
Rijden onder invloed van illegale drugs
De jongste jaren wordt meer en meer de nadruk gelegd op het gebruik van illegale drugs zoals cannabis, amfetamines (XTC, EVA) en smartdrugs (pepmiddelen) door jongeren, onder meer in discotheken.
Andere factoren
Vermoeidheid, ‘s nachts rijden, weersomstandigheden, onbekendheid met de weg, euforie van het uitgaansleven… zijn eveneens factoren die een belangrijke rol kunnen spelen.
In 2020 zal meer dan 1 op 3 automobilisten ouder zijn dan 60. Door de stijgende levensverwachting rijden steeds meer senioren met de auto, die ook tot op hogere leeftijd blijven rijden om hun mobiliteit en autonomie te behouden. Telkens er een bejaarde bestuurder in een ongeval betrokken raakt, klinkt echter steeds opnieuw de vraag welke gevaren senioren inhouden...
Ouder worden is een volkomen natuurlijk proces dat sterk verschilt van persoon tot persoon. Vooral de biologische leeftijd en niet de werkelijke leeftijd is echter bepalend voor de verkeersveiligheid . Met de leeftijd gaan zicht, gehoor, spierkracht, mobiliteit en reflexen langzaam maar zeker achteruit en wordt informatie trager opgenomen en verwerkt, zelfs wanneer echte ziekten uitblijven.
Senioren nemen het liefst de auto voor hun verplaatsingen, en niet enkel om naar de supermarkt of bij de dokter te gaan. Ze hebben steeds meer hobby’s en hebben een druk sociaal leven met ettelijke activiteiten buitenshuis, zodat ze constant op de baan zijn. Hun auto verhoogt hun levenskwaliteit en stelt hen in staat om zelfstandig te blijven en hun sociale contacten te onderhouden. Daarom betekent stoppen met autorijden voor sommigen een grotere verschrikking dan met pensioen gaan, omdat dit moment in hun ogen het definitieve einde van hun sociaal leven betekent .
Senioren voelen hun vaardigheden afnemen (zicht, moeite om het hoofd te draaien…), waardoor ze zich steeds minder op hun gemak voelen in het verkeer. Als reactie hierop ontwikkelen ze natuurlijke compensatiestrategieën om de risico's te beperken: ze gaan voorzichtiger rijden en houden zich beter aan het verkeersreglement. Ze maken kortere autoritten langs wegen die ze goed kennen. Bij moeilijke omstandigheden (’s nachts, spitsuur, gladde wegen, enz.) wagen ze zich niet in het verkeer... Deze zelfregulering heeft vanzelfsprekend een positieve impact op hun betrokkenheid in ongevallen.
Wanneer we het aantal doden en zwaargewonden bij autobestuurders bekijken per leeftijdscategorie, dan merken we duidelijk een piek bij de 20- tot 24-jarigen. Deze vormen dus het grootste gevaar voor zichzelf. De curve daalt geleidelijk bij stijgende leeftijd, wat onder meer betekent dat oudere autobestuurders zichzelf minder in gevaar brengen.
Jonge bestuurders van 20 tot 24 jaar vormen het grootste risico voor hun passagiers, en voor de andere weggebruikers. Deze curves dalen naarmate de leeftijd stijgt. Met andere woorden, senioren vormen veel minder een gevaar voor hun passagiers en voor andere weggebruikers dan jonge bestuurders.
Senioren mogen dan niet gevaarlijker zijn dan andere bestuurders, ze zijn daarentegen wel kwetsbaarder. Die kwetsbaarheid blijkt duidelijk als we kijken naar het aantal doden 30 dagen per 1000 slachtoffers bij automobilisten: in de leeftijdsgroep van 65 tot 69 jaar vallen er 32,7 doden per 1000 slachtoffers, tegenover slechts 14,1 bij automobilisten van 20 tot 24 jaar die bekend staan als risicogroep. Dit verschil is te wijten aan het feit dat oudere personen minder goed bestand zijn tegen de schokken en de gevolgen van een ongeval. En deze kwetsbaarheid stijgt met de leeftijd. Hoe meer bejaarden betrokken zijn bij ongevallen, hoe groter de ernst ervan. Uit onderzoek van de SWOV blijkt dat een 75-jarige inzittende van een motorvoertuig bij een hevige schok ongeveer drie keer zoveel risico loopt om te sterven als een 18-jarige.
Cooper toont aan dat jonge bestuurders in het weekend, ’s nachts of in een bocht bij ongevallen betrokken raken, veelal zonder dat er een ander voertuig in het spel is en terwijl ze onder invloed zijn van alcohol of drugs. De ongevallen van oudere bestuurders doen zich eerder overdag voor of op een kruispunt; meerdere voertuigen zijn erbij betrokken en er zijn geen alcohol of drugs in het spel.
Ongevallen met senioren zijn grotendeels te wijten aan stuurfouten en ze dragen meer verantwoordelijkheid voor verkeersongevallen dan de gemiddelde bestuurder.
Uit verschillende studies blijkt dat oudere bestuurders vaker ongevallen hebben op kruispunten en in complexe verkeerszones. Meestal gaat het om een ongeval waarbij de oudere bestuurder geen voorrang heeft. Links afslaan is voor senioren een bijzonder ingewikkeld en delicaat manoeuvre, want ze maken meer fouten bij het inschatten en analyseren van verkeerssituaties.
Een studie van IAM wijst er onder meer op dat oudere bestuurders vaak in de fout gaan wanneer ze snel een beslissing moeten nemen. Wanneer ze een ongeval veroorzaken is dit meestal niet omdat ze een verkeersinbreuk begingen, maar omdat ze complexe verkeerssituaties (drukke kruispunten, snelle wegen) of onverwachte gebeurtenissen verkeerd inschatten.