Met de motor? Laat je niet verrassen.
Met de motor? Laat je niet verrassen. Als motorrijder kan je je leven redden door het gevaar tijdig in te schatten.
Motorfietsen spelen een alsmaar belangrijkere rol in het verkeer. Het aantal voertuigkilometers dat jaarlijks door motorrijders wordt afgelegd, is sinds 1991 meer dan verdubbeld. Een van de redenen voor deze evolutie is de flexibiliteit die de motor biedt bij files en druk stadsverkeer. De keerzijde van deze flexibele manier van verplaatsen is de enorme kwetsbaarheid van motorrijders in het verkeer. Een goed motorpak en dito helm bieden wel enige bescherming, maar zijn niet te vergelijken met het koetswerk dat de inzittenden van een wagen beschermt. Het stijgende aantal verplaatsingen per motor en de grote kwetsbaarheid hebben de afgelopen decennia dan ook voor een stijgend aantal slachtoffers onder motorrijders gezorgd.
De kwetsbaarheid van motorrijders blijkt overduidelijk uit de ongevallenstatistieken. Motorrijders leggen minder dan 1 % van de totaal aantal afgelegde kilometers van alle weggebruikers af, maar ze vertegenwoordigen maar liefst 14,5 % van het totaal aantal verkeersdoden. In 2009 gebeurden er 4.103 letselongevallen met motorrijders, hoofdzakelijk in de lente en tijdens de zomermaanden (meer dan 80 % van de ongevallen speelt zich af tussen april en oktober). Dat wil dus zeggen dat per dag gemiddeld 3 motorrijders verongelukken of zwaargewond geraken in het verkeer. De meerderheid van de ongevallen betrof botsingen met personenauto’s. Daarbij valt op dat de verhoudingen tussen de betrokken partijen allerminst gelijk liggen: 95% van de dodelijke slachtoffers bij motorongevallen zijn motorrijders, slechts 5% zijn andere weggebruikers. Het overlijdensrisico voor personen betrokken in een ongeval met een motor is 17 keer hoger in vergelijking met personen betrokken in een ongeval met een personenwagen.
Verder blijken motorongevallen vaker voor te komen in het weekend dan op weekdagen, wat mogelijk verband houdt met het gebruik van de motor voor vrijetijdsritten. De slachtoffers zijn hoofdzakelijk mannen tussen 20 en 55 jaar.
Op basis van een onderzoek dat de vereniging van Europese motorconstructeurs (ACEM) in 1999-2000 liet uitvoeren in vijf Europese landen, kunnen we concluderen dat menselijke factoren het vaakst voorkomen als primaire ongevalsfactoren. In 50% van de gevallen zijn deze te wijten aan de bestuurder van het andere voertuig en in 37% van de gevallen ligt de oorzaak bij de motorrijder zelf. In nagenoeg 8% van de gevallen was de omgeving een primaire ongevalsfactor.
In driekwart van de gevallen waar de oorzaak bij de andere weggebruiker ligt, gaat het om een perceptieprobleem: de motorrijder werd niet of niet tijdig opgemerkt. Dit is onder meer te verklaren door de geringe afmetingen van motorfietsen. Motorrijders worden beter opgemerkt door autobestuurders die zelf ook houder zijn van een motorrijbewijs. Als de hoofdoorzaak bij de motorrijder ligt, gaat het ofwel om een beslissingsfout (35%), ofwel om een verkeerde inschatting van het gevaar (32%).
Het Europees Observatorium voor de Verkeersveiligheid (ERSO) onderscheidt drie frequente ongevalsscenario’s. In type 1 verliest één enkele motorrijder op een doorlopend weggedeelte of in een bocht de controle over zijn voertuig. Type 2 doet zich voor op een kruispunt: een motorrijder wordt er opzij aangereden door een automobilist die hem niet gezien heeft. Bij type 3 slaat een auto linksaf en heeft de bestuurder de motorrijder die uit de andere richting komt, niet gezien. Het BIVV berekende de frequentie van deze drie scenario’s op basis van de Belgische cijfers: type 1 (controleverlies) haalt 20%, type 2 (zijdelingse aanrijding) 18,5% en type 3 (links afslaand voertuig) 27%.