Go For Zero
Go for Zero, een initiatief dat bedrijven, organisaties, overheden, de media en individuele burgers verenigt voor veiliger...
Wetenschappers laten er geen twijfel over bestaan: de gordel is één van de goedkoopste en eenvoudigste manieren om de gevolgen van een ongeval te reduceren en het aantal verkeersslachtoffers te doen afnemen. Hoewel ze overtuigd zijn van het nut van de gordel, “vergeten” veel inzittenden echter zich vast te klikken in de auto, vooral achterin. Mensen wéten ook dat de gordel op alle plaatsen verplicht is, maar gaan daar vaak heel nonchalant mee om - vooral in de stad en bij korte ritten. Een nonchalance die levensgevaarlijke gevolgen kan hebben…
Algemeen gesproken vermindert de gordel het risico op schedelletsels bij een ongeval met meer dan 40 % en het risico op overlijden of letsels met 50 %. Wie de gordel draagt, kan ongevallen tot 100 km/u overleven. Wat veel weggebruikers echter niet weten, is dat zonder gordel de kans om te sterven reeds bestaat vanaf 20 km/u. Het veiligheidseffect van gordels is vooral hoog bij lage snelheden en neemt af bij hogere snelheid. Daarom is het belangrijk om ook binnen de bebouwde kom de gordel te gebruiken.
Ondanks de onmiskenbare doeltreffendheid van de gordel, hinkt ons land nog steeds achterop wat de gordeldracht betreft. Uit de recentste gedragsmetingen van 2010 blijkt dat gemiddeld 85,6% van de bestuurders en 85,7 % van de passagiers voorin verklaart “altijd” de veiligheidsgordel te dragen. Achterin is dat slechts gemiddeld 50%. Ter vergelijking: in onze buurlanden dragen meer dan 9 op 10 inzittenden voorin de gordel. Er is dus geen enkele reden waarom dat ook bij ons niet zou kunnen.
De cijfers variëren naargelang van het type weg, de leeftijd en het geslacht van de inzittenden, en de regio. Op autosnelwegen en voorin wordt de gordel het meeste gedragen, in de stad en achterin de auto het minst – en dit terwijl de gordel vooral bescherming biedt bij lage snelheden! Bovendien wordt de gordel minder vaak gedragen door 15- tot 34-jarigen, en door mannen. Tot slot hinkt de gordeldracht in Wallonië achterop, in vergelijking met Vlaanderen en Brussel.
Voor kinderen die kleiner zijn dan 1,35 m gelden aparte regels. Hun lengte en gewicht, maar ook de verdeling van het lichaamsgewicht, eisen speciale beveiligingsmiddelen, zoals zitverhogers en kinderzitjes. Het effect van deze speciale beveiligingsmiddelen is zelfs nog groter dan het gebruik van autogordels, ongeacht leeftijd en plaats in de auto.
Met als voorwendsel dat het toch maar om een korte rit gaat, plaatsen tal van ouders hun kind echter zomaar op de achterbank of in een autozitje, zonder de tijd te nemen om het vast te klikken. Hierbij vergeten ze evenwel dat een ongeval om het even wanneer kan gebeuren – dus ook tijdens een ritje van 5 minuten - en vooral dat een kinderzitje correct moet worden gebruikt om de nodige bescherming te kunnen bieden...
Om een beter idee te krijgen van de impact, kunnen we de vergelijking maken met een val. Zo staat een schok met een snelheid van 30 km/u voor een niet-vastgeklikt kind gelijk met een val van de eerste verdieping van een flatgebouw! Bij 50 km/u komt een ongeval overeen met een val van ongeveer 10 meter, dus van ongeveer 3 verdiepingen! Kortom: een niet-vastgeklikt kind vervoeren in de wagen is net alsof je het zou laten spelen op een balkon zonder leuning.