Kijk papa, zonder gordel
Een frontale klap tegen komt 50 km/u overeen met een val van de derde verdieping. Klik je kinderen daarom altijd goed vast...
Over rijden én drinken doen de wildste geruchten de ronde.
Deze heb je zeker al gehoord?
“Met een anti-alcoholpil of een drankje zoals koffie of suikerwater verlaag ik achteraf de alcoholconcentratie in m’n bloed of uitgeademde lucht wel.”
Helaas! Geen enkele pil of drankje neutraliseert de alcoholconcentratie in je lichaam. Wist je dat koffie de uitwerking van de alcohol in het lichaam zelfs verlengt?
“Even een luchtje scheppen, en ik kan er weer tegen.”
Door een luchtje te scheppen wordt de alcohol al evenmin geneutraliseerd, het effect wordt hierdoor alleen maar sterker.
“Als ik het aantal glazen tel die ik gedronken heb, weet ik perfect of ik nog in staat ben om te rijden.”
Je lever breekt gemiddeld 0,15 promille alcohol af per uur, dus heb je ongeveer 1,5 à 2 uur nodig om één standaardconsumptie af te breken.
Je alcoholgehalte hangt echter af van allerlei factoren zoals je gewicht, de snelheid waarmee je drinkt, het soort drank en of je hebt gegeten of niet, maar ook je gemoedstoestand (zenuwen, stress, …). Wist je trouwens dat je alcoholgehalte van week tot week kan verschilt, zelfs als je exact evenveel gedronken hebt?
Het zou natuurlijk heel handig zijn als je je alcoholconcentratie zou kunnen bepalen door het aantal gedronken glazen op te tellen. Jammer genoeg is dit dus vrijwel onmogelijk.
“Ik heb slechts een paar pintjes gedronken en ben nog in staat om met de wagen te rijden.”
Ook al voel je je niet dronken, vanaf een alcoholgehalte van 0,5 promille heeft alcohol negatieve effecten op je rijvaardigheid. De wettelijke alcohollimiet is niet toevallig gekozen. Laat je dus niet beetnemen.
“Ik ben het gewoon om te drinken, alcohol heeft niet veel effect meer op mij.”
Zelfs als je regelmatig drinkt, heeft alcohol toch invloed op je rijgedrag, waardoor je dus meer risico’s neemt bij het rijden.
Kijk naar de feiten, deze spreken voor zich: